Internationaal zijn er verschillende verdragen die als doel hebben wereldwijde verspreiding van gevoelige goederen te reguleren. Tot deze gevoelige goederen behoren onder andere risicovolle biologische agentia.

Nederland heeft diverse internationale verdragen ondertekend en is aangesloten bij verschillende exportcontroleregimes. Deze verdragen en regimes zijn gericht op het reguleren van wereldwijde verspreiding van gevoelige goederen, zoals militaire goederen en dual-use goederen.

Er bestaan diverse internationale lijsten en overzichten met biologische agentia in relatie tot biosecurity, zoals de ‘ EUEuropese unie export control list’ en de ‘Australia Group List’. Hierop staan biologische agentia en technologieën waarvoor een vergunning vereist is voor uitvoer buiten de EU. Momenteel wordt er binnen het Europese CBRN Action Plan (EU, 2009) één Europese CBRN agentia lijst opgesteld met die agentia waar landen binnen de EU aanvullende maatregelen zullen nemen op het gebied van preventie en weerstandsverhoging (preparedness en resilliance). De verwachting is dat deze Europese CBRN agentia lijst grote overeenkomsten zal hebben met de ‘EU export control list’. Eind 2009 heeft Nederland zich gecommitteerd aan dit Action Plan.

Australia Group List

De Australia Group is een informeel verband van momenteel 42 staten (waaronder Nederland) en de Europese Commissie met als doel bij export en transport de kans op het bijdragen aan proliferatie van chemische en biologische wapens (CBW) te minimaliseren. Dit gebeurt door uitwisseling van informatie over verdachte transporten en ook door het opstellen van een lijst met potentieel verdachte (dual-use) materialen en agentia.

De Australia Group is een belangrijk samenwerkingsverband op het gebied van bestrijding van proliferatie van biologische en chemische wapens. In 1985 kwamen de deelnemers van het samenwerkingsverband op Australisch initiatief voor het eerst bij elkaar. Het doel van de samenwerking is om de effectiviteit van exportcontrole te verbeteren en om verspreiding van biologische en chemische wapens tegen te gaan.
Belangrijke overwegingen die deelnemende staten meenemen in het opstellen van maatregelen voor export licenties zijn:
• de maatregelen moeten effectief zijn in het beperken van de productie van chemische en biologische wapens;
• de maatregelen moeten praktisch zijn en redelijk eenvoudig te implementeren, en;
• de maatregelen moeten de gangbare handel van materiaal en uitrusting gebruikt voor legitieme doeleinden niet beperken
Alle staten die deelnemen aan de Australia Group staan ook achter de Chemische Wapen Conventie (CWC) en de Biologische en Toxine Wapen Conventie (BTWC), en ondersteunen daarbij de inspanningen van deze Conventies om bij te dragen aan een wereld zonder chemische en biologische wapens.

Link naar de website van de Australia Group

BTWC

De Biologische en Toxine Wapenconventie (BTWC) is een verdrag dat de ontwikkeling, de productie en het aanleggen van voorraden van biologische en toxine wapens verbied. Het verdrag regelt ook de vernietiging van deze wapens.

De Biologische en Toxine Wapenconventie (BTWC) werd in 1972 gesloten tussen Groot-Brittannië, de VS en de Sovjet-Unie en is in 1975 in werking getreden. Het verdrag, dat door 173 landen wordt erkend en aanvaard, verbiedt het bezit, gebruik en ontwikkeling van biologische en toxine wapens. De BTWC was het eerste multilaterale ontwapeningsverdrag dat de productie en het gebruik van een gehele categorie wapens verbood en nog steeds is het verdrag één van de hoekstenen van de multilaterale non-proliferatie en ontwapeningsarchitectuur.

Eind 2011 vond de zevende toetsingsconferentie plaats. Tijdens deze conferentie onder Nederlands voorzitterschap is een werkplan ontwikkeld voor de periode tot de volgende toetsingsconferentie in 2016. De statenpartijen streven ernaar dat het BTWC een relevant instrument blijft en dat het effectief kan reageren op wetenschappelijke, technologische en politieke ontwikkelingen
Onderwerpen die in het werkplan centraal staan zijn:
• Ontwikkelingen op het gebied van wetenschap en technologie;
• Internationale samenwerking en assistentie;
• Verbetering van nationale implementatie van de conventie.

Meer informatie:

Website van de BTWC

Kamerbrief nav de 7e conferentie (pdf)

Europese CBRN-actieplan

Het belangrijkste doel van het chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN) actie plan is het minimaliseren van dreiging van CBRN incidenten.

In februari 2008 is vanuit de Europese Unie de (CBRN) Task Force opgericht om aan een CBRN beleid te werken. Vanuit de Task Force is in januari 2009 een rapport verschenen dat als basis dient voor het CBRN actie plan. Het belangrijkste doel van het CBRN beleid is het minimaliseren van dreiging en publieke schade door CBRN incidenten. De volgende acties dragen bij aan het bereiken van het doel:
• het gebruik van een risico-gebaseerde aanpak (risk-based approach) betreffende security;
• effectieve beveiliging van CBRN materiaal;
• verbeterde uitwisseling van security-gerelateerde informatie tussen de lidstaten;
• ontwikkeling van detectie systemen in de EUEuropese unie;
• voorzien in noodzakelijke tools om CBRN incidenten te controleren.

In het CBRN-actieplan zijn drie werkgebieden geïdentificeerd:
• preventie, waarbij de eerste aandacht uitgaat naar het in kaart brengen van hoog-risico CBRN materiaal. Vervolgens ligt de focus op het beveiligen en controleren van deze materialen en gerelateerde faciliteiten;
• detectie, dit is een essentiële aanvulling op preventie, maar ook noodzakelijk voor response. Hiervoor worden detectie systemen opgezet binnen de lidstaten en aan de buitengrens van de EU. Op Europees niveau worden er minimum CBRN detectie standaarden ontwikkeld, daarnaast worden test- en certificerings schema’s vastgesteld en wordt de uitwisseling van ‘good practices’ verbeterd;
• paraatheid en respons, hiervoor worden bestaande maatregelen verder uitgewerkt met speciale aandacht voor crisis situaties, informatievoorziening, rekenmodellen en tegenmaatregelen.

Meer informatie:

Website CBRN-actieplan

CBRN-actieplan (pdf)

CBRN-actieplan Annex 1 (pdf)

Europese dual-use verordening

In Verordening 428/2009, de dual-use verordening ook wel bekend als de EUEuropese unie export controle lijst, staan internationale overeenkomsten en afspraken beschreven die de lidstaten van de EU (Europese Unie) in acht moeten nemen bij het afgeven van vergunningen betreffende goederen voor tweeërlei gebruik.

Vanwege de internationale veiligheid gelden strenge regels voor de export en doorvoer van dual-use goederen. Deze zijn gebaseerd op de Europese dual-use verordening, ook wel bekend als de EU export control list. Deze verordening geeft de verschillende verplichtingen weer voor export van dual-use goederen naar landen buiten de Europese Unie (EU). Voor het exporteren van dual-use goederen naar andere EU-landen is geen vergunning nodig. Voor deze landen geldt in principe een vrij verkeer van goederen. De goederen moeten wel een duidelijk civiel doel hebben en geen risico vormen voor de volksgezondheid, veiligheid of het milieu.

De Europese dual-use verordening moet voorkomen dat dual-use goederen na de export terechtkomen in wapens, of in machines om wapens te maken. De controle is onder meer gericht op producten die worden gebruikt voor de ontwikkeling en productie van massavernietigingswapens, zoals kernwapens, chemische of biologische wapens.

De Verordening bevat een lijst van goederen die als dual-use worden gekenmerkt en waarvoor een vergunningsregeling geldt. In de Verordening (Artikel 2) zijn dit producten, met inbegrip van programmatuur en technologie, die zowel een civiele als een militaire bestemming kunnen hebben. Met uitvoer van producten wordt mede bedoeld: ‘de overdracht van programmatuur of technologie door middel van elektronische media, met inbegrip van faxapparaten, telefoon, elektronische post of elk ander elektronisch middel’. Vergunningsregelingen voor overdracht van technologie zijn niet van toepassing op informatie die voor iedereen beschikbaar is, en op fundamenteel wetenschappelijk onderzoek.

De lijst met dual-use goederen is ingedeeld in tien categorieën, waaronder categorie 1: materialen, chemicaliën, micro-organismen en toxines. In deze categorie worden de volgende micro-organismen en toxines genoemd:
1C351 (pagina 73) Humane pathogenen, zoönosen en „toxinen“, als hieronder:
a) Virussen, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet,
b) Rickettsiën, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet,
c) Bacteriën, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van geïsoleerde levende culturen of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet,
d) Toxinen,alsmede subeenheden van toxinen
e) Schimmels, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet.

1C352 (pagina 80) Dierpathogenen, als hieronder:
a) Virussen, natuurlijk versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet
b) Mycoplasma’s, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet.

1C353 (pagina 81) Genetische elementen en genetisch gemodificeerde organismen, als hieronder:
a) Genetisch gemodificeerde organismen, of genetische elementen die de nucleïnezuursequenties bevatten die de pathogeniteit bepalen van de organismen, bedoeld in 1C351 a), 1C351 b), 1C351 c), 1C351 e), 1C352 of 1C354;
b) Genetisch gemodificeerde organismen, of genetische elementen die nucleïnezuursequenties bevatten die coderen voor een van de „toxinen“ bedoeld in 1C351 d) of „subeenheden van toxinen“ daarvan.

1C354 (pagina 82) Plantpathogenen, als hieronder:
a) Virussen, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van geïsoleerde levende culturen of als materiaal met inbegrip van levend materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet,
b) Bacteriën, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet,
c) Schimmels, natuurlijk, versterkt of gemodificeerd, in de vorm van „geïsoleerde levende culturen“ of als materiaal dat opzettelijk met dergelijke culturen is geïnoculeerd of besmet.

Meer informatie:

Dual-use verordening (EG) nr. 428/2009 (pdf)

Handboek strategische goederen en diensten (pdf)

Website rijksoverheid: exportcontrole

Website rijksoverheid: dual-use goederen

Website rijksoverheid: vergunningen aanvragen

UN 1540

UN 1540 is de resolutie die door de United Nations Security Council is aangenomen. In deze resolutie worden de besluiten beschreven die zijn genomen om proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapens te voorkomen.

Proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapens kan een gevaar vormen voor internationale vrede en veiligheid. In UN 1540 wordt dit gevaar erkend en bevestigd. Resolutie 1540 is in 2004 aangenomen door de United Nations Security Council. In de UN 1540 worden de besluiten beschreven die zijn genomen om proliferatie van nucleaire, chemische en biologische wapens te voorkomen. Onder deze besluiten vallen ook de middelen die zijn ontworpen om deze wapens toe te passen, zoals, onder andere, bommen, granaten, raketten en vuurpijlen.

Een voorbeeld van een van de besluiten zoals beschreven in UN 1540 is dat alle staten zich moeten onthouden van het voorzien van enige vorm van ondersteuning aan ‘non-State actors’ die trachten om nucleaire, chemische en biologische wapens te ontwikkelen, verkrijgen, produceren, bezitten, vervoeren en over te dragen. Met ‘non-State actors’ worden hier individuen of entiteiten bedoeld die zich, met betrekking tot nucleaire, chemische en biologische wapens, niet aan de wet en regelgeving van welke staat dan ook houden.

De volledige resolutie 1540 is terug te vinden op de website van de United Nations of is hier als pdf te downloaden.